parkeren

home » Parkeerregels

Parkeerregels


De overheid heeft de verschillende regels voor het parkeren wettelijk vastgelegd in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV), Wegenverkeerswet 1994, Besluit administratieve bepalingen betreffende het wegverkeer (BABW) en in de Regeling gehandicaptenparkeerkaart.

Stilstaan of parkeren?

Soms is er een groot verschil tussen stilstaan en parkeren. De wet maakt onderscheid tussen kort en lang stilstaan. Kort stilstaan wordt beschreven als: “Het onmiddellijk in of uitstappen van passagiers of laden en lossen van goederen.”De bestuurder moet zich vlakbij het voertuig bevinden. Buiten dit kort stilstaan, kent de wet alleen nog maar regels voor parkeren. Lang stilstaan wordt door de wet gezien als parkeren. Als je de auto stilzet om even snel boodschappen te doen bijvoorbeeld.

Waar mag je parkeren (of stilstaan)?

Meestal worden parkeerplaatsen of weggedeelten die bestemd zijn om te parkeren aangeven door het plaatsen van parkeervakken en havens. Als deze er niet zijn, kun je rechts op de rijbaan parkeren (tenzij het anders is aangegeven). Op eenrichtingswegen is het handig om de auto links te parkeren. Op een doorgetrokken gele streep mag je niet stilstaan. Je mag hier zelfs niet iemand uit laten stappen.

Wanneer mag je niet stilstaan of parkeren?

Het is vaak niet mogelijk om ergens stil te staan of te parkeren. Een verbod staat zelfs niet toe om even tot stilstand te komen. Op sommige plaatsen is er een parkeerverbod, maar je mag er wel laden en lossen. E1 is een rond verkeersbord met een blauwe ondergrond, een rode ronde cirkel eromheen en een rode diagonale streep. Het bord betekent dat je niet mag parkeren aan de kant van de weg waar dit bord staat. Staat er een kruis, dan betreft het een stopverbod. Je mag niet parkeren op voorrangswegen buiten de bebouwde kom, maar je mag wel in de berm parkeren.

Gevaarlijk parkeren

De mag geen gevaarlijke situaties veroorzaken met je auto door deze bijvoorbeeld stil te zetten in een bocht, bij een helling of viaduct, dichtbij of op een kruispunt of overweg, voor een in- en uitrit en dergelijke. Je mag het overige verkeer niet hinderen en het is dan ook niet toegestaan om je auto stil te zetten op voetpaden, trottoirs, ruiterpaden en fietspaden. Tussen een voetgangers- of fietsoversteekplaats moet je vijf meter afstand houden. Je kunt namelijk met je auto het uitzicht van degenen die moeten oversteken belemmeren als je er te dichtbij parkeert. Dat geldt ook voor het parkeren op een hoek van een straat. Op een fietsstrook creëer je door hier stil te staan gevaarlijke situaties voor fietsers en andere weggebruikers. Als je niet goed opvalt met je auto, is het verstandig je gevarenlicht aan te zetten. Andere weggebruikers kunnen je geparkeerde auto dan sneller zien.

Parkeren op aangegeven plaatsen

Je mag in de daarvoor bestemde parkeerplaatsen parkeren. Let op, het kan soms een parkeerterrein voor vergunninghouders zijn. Wanneer jij geen vergunninghouder bent, is het niet toegestaan van de parkeerplaatsen gebruik te maken. Ook niet als je geld in de parkeermeter doet. Soms staan er parkeermeters of parkeerautomaten omdat je voor het parkeren moet betalen.
Volgende tip : De parkeerschijf »
Copyright 2006 - 2012 - NewEgo B.V.
Mijn tip toevoegen Relelateerde links Meer onderwerpen » « vorigeverder »